Op 11 februari heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die stelt dat de RES-regio’s uiterlijk in 2030 worden opgeheven. Dat roept veel vragen op: hoe moet het verder met regionale samenwerking aan de energietransitie? En wat betekent dit voor lopende projecten?
Wat houdt de motie in?
De motie, ingediend door Kamerlid Erkens, stelt dat de RES-regio’s moeten stoppen in 2030. Minister Hermans ontraadde deze motie en benadrukte het belang van de RES-werkwijze, maar een Kamermeerderheid stemde toch vóór. Op de korte termijn verandert er niets: tot 2030 blijven de RES-doelen en het werk van regio’s gewoon doorgaan.
Waarom regionale samenwerking wél nodig blijft
De energietransitie vraagt om afstemming over gemeentegrenzen heen. Denk aan netcapaciteit, grootschalige opwek, warmtenetten en infrastructuur. In Rivierenland is de RES al voor het Klimaatakkoord ontstaan – juist om dat soort samenwerking mogelijk te maken.
Wat betekent dit voor onze regio?
- De RES-doelen tot 2030 blijven overeind.
- Regionale samenwerking is nodig voor een toekomstbestendig, decentraal energiesysteem.
- Het gesprek over de organisatie ná 2030 is begonnen, maar de uitvoering van projecten gaat door.
Wat komt er aan?
Er wordt gewerkt aan een nieuw Nationaal Programma Energiesysteem (NP ES), dat in 2026 van start gaat. Hierin krijgen RES-regio’s mogelijk een plek. De uitwerking van die rol is onderwerp van gesprek tussen rijk, koepelorganisaties en regio’s.
De opgave blijft
De kracht van de RES-aanpak zit in samenwerking, kennisdeling en lokaal maatwerk. Of de structuur verandert of niet – de inhoudelijke opgave blijft.